Lathum

Oorsprong van Lathum

Vlakbij het kasteel van de bannerheren van Baer ligt aan de IJssel het kasteel van de heren van Lathum . Waarschijnlijk zijn de heren van Lathum en Baer loten aan dezelfde stam: de familie Van Rheden. Het goed Rheden ligt oorspronkelijk in de Frankische gouw Felua, maar als de IJssel zijn loop tussen 800 en 1000 verlegt, worden Baer en Lathum van Rheden afgesneden en komen deze in De Graafschap te liggen. Het is ook goed mogelijk dat Lathum pas later afgesplitst wordt van de heerlijkheid Baer en aan een jongere tak van dit geslacht wordt meegegeven. Het goed komt onder verschillende namen voor; Lathum, Lathem, Laten en Latem.

 

Lathum, ook gespeld als Lathem, Laten en Latem, was oorspronkelijk onderdeel van de bannerheerlijkheid Bahr (ook gespeld als Baar, Baer). Reeds in de twaalfde eeuw wordt er gesproken van een heer van Lathum , wanneer Eyle van Lathum als getuige wordt genoemd als graaf Gerard IV van Gelre enkele voorrechten verleent aan de Veluwe. Lathum vormde eerst een leen van Bahr en vervolgens vanaf de 1735 samen met Bahr een leen van de Staten van Gelderland.

 

In 1945 werd het hoge deel (de toren) van het Huis te Lathum, dat door de heren van Lathum werd gebruikt (eerste documenten hierover dateren uit 1245), opgeblazen door Duitse troepen.

 

De ruïnes werden afgebroken, zodat alleen het lage deel resteert.

 

Huis te Lathum is heden in particuliere handen.

 

Ned.Herv.Kerk (O.L.Vrouwe).
Eenbeukige, onoverwelfde gotische kerk (XV) met ouder driezijdig gesloten koor en een eenvoudige westtoren (XV) met ingesnoerde naaldspits. Over de benedenruimte van de toren een netgewelf. Inventaris: Koperen lezenaar en doopbekkenhouder (midden XVIII), doopbekken 1702. Zeldzaam eenklaviers kabinetorgel van P. Keerman uit 1737. Klokkenstoel met klok van H. Meurs, 1608, diam. 80 cm. Mechanisch smeedijzeren torenuurwerk, later voorzien van electrische opwinding. Het exterieur van de kerk
Het oudste gedeelte van de kerk, het koor, was aanvankelijk een kapel. Dit gedeelte van de kerk dateert uit de 12e - 13e eeuw. Toen de kapel bij kasteel Bahr verwoest was in 1495 werd de kapel te Lathum verheven tot kerk en werd het koor verlengd met een schip. Omdat voor het bouwen van het schip andere stenen dan die van de kapel gebruikt werden ontstond er een naad aan de noord- en zuidzijde van de kerk. Deze naad bevindt zich tussen het tweede en derde venster.
Ook is duidelijk waarneembaar dat er oorspronkelijk andere vensters hebben gezeten. De huidige spitsboogvensters van het schip zijn in de muren gehakt toen gietijzeren ramen in de 19e eeuw werden geplaatst.
De spitsboogvensters in het koor zijn de oorspronkelijke. Het venster aan de oostzijde is dichtgemetseld nadat daar de preekstoel geplaatst werd. De oorspronkelijke eikenhouten kap, die ruim 500 jaar oud is, is nog aanwezig.
Het schip eindigde met een topgevel. Sporen hiervan zijn nog zichtbaar in de toren.
De toren werd in 16e eeuw toegevoegd aan de kerk en werd over de topgevel van het schip gezet. Door de galmgaten van het kerkdak is nog een boog te zien, die de spits ondersteunde. Vroeger waren de ingangen van de kerk aan de noord- en zuidzijde. De noordelijke ingang was voor de vrouwen. Toen de toren geplaatst werd, is dit gewijzigd.
Boven de huidige ingang aan de aan de westzijde was een venster dat later is dichtgemetseld.
Daarna werd de westzijde voorzien van een gedenksteen van Baumberger natuursteen, die herinnert aan de vervoesting van kasteel Bahr.
Het torenportaal wordt overwelfd door een Nederrijns netgewelf, waarin in het midden zich een klokkegat bevindt. De drie bouwperioden van de huidige kerk laten zich kenmerken door gebruik van drie formaten bakstenen. In 1812 is de grafkelder onder de kerk weggebroken in opdracht van het geslacht Westerholt.

In de muur aan de zuidzijde is een steen ingemetseld, waarop in de vier hoeken cijfers hebben gestaan, die het jaar 1692 voorstellen. Deze steen liet Johannes Don(c)kers inmetselen om hiermee te bewijzen dat hij als katholiek grafrecht had. Dit recht had hij gekocht voor ƒ 500.

Vele malen is de kerk gerestaureerd. De kerkzaal is in de tweede helft van de 19e eeuw naar de mode van de tijd aangepast. Een vlak plafond kwam in de plaats waar vroeger het balkenplafond zichtbaar was. Nieuwe gietijzeren vensters werden in de muren gehakt en een galerij werd aangebracht.