Steenfabriek De Roodvoet

Waarom hoort dit hoofdstuk Steenfabrieken in deze homepage.

Tijdens het onderzoek van de stamboom bleek dat in de beide families veel gewerkt is op de steenfabrieken, Nentweg Bloemen rond 1800 veelal in en rondom Maurik en de familie Wichers waarschijnlijk vanaf 1780, zij werkten voornamelijk rondom Angerlo, Giesbeek en Lathum. de famlie Derk Wiegers werkten op de Havikkerwaard en de Roodvoet in Wijk bij duurstede en na de kanalisatie van de rijn werd dat Rijswijk (Gelderland). Het werk op de steenfabrieken was zwaar en de werknemers werden zwaar uitgebuit. Er werden woon en loon constructies bedacht zodat dat de mensen erg hard en lang moesten werken. Voor een beetje loon en wonen, maar zo dat de baas er altijd beter van werd en de mensen in hun macht hadden

Werkzaamheden:

Tijdens de zomermaanden was er op het fabrieksterrein genoeg te doen. De steenvormen moesten gewassen, gezand, gevuld en afgestreken worden. Er waren neerslaners (het omkiepen van de volle steenvormen op de bok), inschuivers, afstrijkers, hitterijders en stokers nodig.

     

            1 De Hittekarren werden gevuld met vormen en naar het veld gebracht om te worden neergeslagen.


Het grondtransport was zwaar en het inzetten van stenen in een vlamoven was een grote kunst, ook het uitrijden van de stenen was een slecht beroep. De wagentjes met stenen moesten uit de drogerij gereden worden, het gevaar van het oplopen van brandwonden was hier duidelijk aanwezig, je eigen natte zakdoek was vaak de enige veilig­heidsmaatregel die getroffen werd. Bij plotselinge regen moesten de stenen die te drogen lagen met rietmatten bedekt worden, ook geen schoon werk, want de matten zaten vaak vol vlooien. Verder waren er stalknechten en hitterijders voor de paarden.

     

               Links het neerslaan op de grond.                         foto Rechts de lege steenvorm.

.

     

                steenkarren bij de steenpers.                         Hitterijder tussen de rekken

.

     

   steenwagen uit zeer lange tijd terug zelfs zonder spoor.     steenwagens bij de persen

     

     foto links Inzetters aan het werk foto Rechts de uitkruiers hebben schafttijd

     

  als er weinig verkocht werd moesten de stenen hoog opgeslagen worden op het tasveld


     

                  Op de linkse foto 2e van links Gradus Wiegers Rechts eerst Gradus Wiegers dan Jos Wiegers

Stoker op de ringoven was een verantwoorde baan. Bij net te hoge temperaturen konden de stenen gaan smelten. Op een keer waren alle stenen aan de muur gebakken en moesten met hamer en beitel van de wand gehaald worden, ze hadden alleen koeikes en oskes, en een natte rug. Het was levensgevaarlijk werk, de klompen verbrandden aan je voeten. Je moest, terwijl je volkomen verdroogde door de hitte, geen koud water drinken, dat kon je dood worden. Wel hete koffie, daar zorgde je maten wel voor. Men hielp elkaar, men kwam voor elkaar op, als je dat niet deed kwam je eten en drinken te kort, want het werk ging door. De gesmolten stenen werden later gebruikt voor rotstuintjes. heel vroeger werkten ook vrouwen en kinderen op het terrein, evenals de mannen droegen ze ook schorten, een veursloof, vaak gemaakt van keeper, ook morsmouwen, zodat door de modder de kleding niet al te vuil werd. Als er baby's waren werden ze vaak op een rietmat gevoed. Men ging vaak al om zeven uur naar bed, want op tijd beginnen was een wet, om twee minuten over tijd stond de baas al op zijn horloge te kijken waar je bleef. Ook kinderen waren van de partij. Vaak moes­ten ze op het testveld de stenen omdraaien. Het liefst zonder klompen, want de ruimte tussen de stapels werd zo klein mogelijk gehouden, dan konden er meer stenen staan. De verhalen van vroeger over het werken op een veldoven liegen er ook niet om. Zondagnacht om 12 uur stonden mannen, vrouwen en kinderen al klaar om te gaan werken. Bij plotselinge regen moest iedereen altijd present zijn om zo gauw mogelijk de stenen die lagen te drogen "te matten", dat wil zeggen: met rietmatten bedekken. De matten stikten ook vaak nog van de vlooien.

TRANSPORT

Ook werd er vroeger de klei met de hand geladen het was erg zwaar werk . De man met de kruik is Johannes (Hannes) Wiegers

In de wintermaanden werd de klei van de uiterwaarden vervoerd naar "het stort" op de steen­fabriek de de Roodvoet. De omstandigheden waren met de komst van de stoom­machines verbeterd, waren er eerst alleen maar paarden, Eerst werden de wagentjes geladen met de schop, later kwam een dragline het zware werk overnemen. na de oorlog kwam de eerste locomotief in actie om het zware werk gedeeltelijk over te nemen.De stoomloc trok de zestien karretjes . De oude loc stond op een spoor van 60 cm breed, de nieuwe had een spoor van 70 cm breed. Er is heel wat afgespeeld rondom de locomotief, door de natte grond zakten de rails soms scheef waardoor hij een keer vanzelf op de loop ging. .

     

Na de tweede wereld oorlog, in 1948 wordt de klei met behulp van een grijperkraan en kiepkarren geladen In 1950 wordt een stoomlocomotief, de Henschel21147 van van wijck in Heteren overgenomen

     

In 1952 wordt de klei gewonnen met behulp van een excavateur Het bedrijf produceert straatstenen, welke op twee persen worden vervaardicht.

     

De vormen worden nog met behulp van paarden naar de baan de droogrekken gereden.Daar worden de vormen door afslagers met behulp van de afslagbok gelost op een droogplank.Er waren altijd 3 mensen aan het werk per Kar. Een neerslaander, een plankjes legger en een inschuiver. .


Gebouwd door de Poolse vestiging van O&K in Nowawes, geleverd aan Spoorijzer in Delft in 1937.


Deze machine heeft een smal frame en kon daardoor zowel met wielstellen voor 600 mm als voor 700 mm worden uitgerust. De waterbakken in het frame zijn vanwege het smalle frame kleiner, maar dit is gecompenseerd door voor de kolenbakken nog kleine waterbakken te plaatsen. Waarschijnlijk is deze locomotief gebruikt voor de bouw van de Beatrix-sluis in Wijk bij Duurstede, waarna zij werd verkocht aan steenfabriek De Roodvoet in Rijswijk (Gld).


Ophaalbrug voor grondsporen op steenfabriek de Roodvoet.